Fremdschämen

Foto: FremdschämenGisteravond had ik weer een aanval van Fremdschämen. Op een receptie stond een Vlaming gebrekkig Duits te praten. De woorden kwamen er met een zwaar accent en een verkeerde klemtoon uit…

Door de grond zakken

Jaren geleden, tijdens een lezing op een taalkundeconferentie, citeerde ik meermaals de beroemde taalkundige Martin Haspelmath. Ik dacht dat hij Amerikaan was en sprak zijn naam de hele tijd op z’n Engels uit – met een perfecte ‘th’. Na de lezing wezen collega’s me op mijn vergissing: hij was Duitser, genaamd ‘Maatin Haspelmaat’.  No big deal? Wél voor taalkundigen, want zij zijn kritisch, voor zichzelf en de anderen. Ik schaamde me diep en ik vermoed dat mijn baas parallel een aanval van Fremdschämen had. Plaatsvervangende schaamte kan nog erger zijn dan schaamte. Het is een gemoedstoestand die, althans bij mij, gepaard gaat met lichamelijke klachten: ik word nerveus, krijg het gloeiend warm, begin hevig te zweten en het bloed stijgt me naar het hoofd (kortom, het tegenovergestelde van Kreislauf). Al mijn poriën lijken te schreeuwen: “als die arme persoon nú niet door de grond zakt, doe ik het”.

Vuvuzela

Mijn reactie lijkt overdreven, maar ik ben dan ook een kritisch taalkundige. En het was niet zomaar een receptie en daar stond geen willekeurige meneer. De receptie vond plaats op de Belgische ambassade in Berlijn en wordt elk jaar georganiseerd naar aanleiding van de Feestdag van de Vlaamse Gemeenschap. De spreker in kwestie bekleedt een hoge functie en mocht een lange toespraak houden. Zijn functie kan hij uitoefenen zonder de Duitse taal perfect te beheersen. Bovendien kwam zijn boodschap over bij het publiek en lachte men netjes om de obligatoire grapjes over het WK voetbal. Maar ik kon er niks aan doen: ik schaamde me dood voor zijn gebrekkige Duitse uitspraak. Deze belangrijke Belgische meneer spuugde de derde landstaal zo oneerbiedig uit, dat het in mijn oren toeterde als een vuvuzela.

De andere aanwezigen zagen er helemaal niet gekweld uit – integendeel. Het waren zeker geen taalkundigen. Of lag het aan de geur van verse frietjes die intussen uit de keuken van de ambassade opsteeg? Friet doet inderdaad wonderen. Mijn poriën schreeuwden: “honger!” – en mijn aanval van Fremdschämen was snel vergeten.

Advertentie