Familienplanung

Foto: FamilienplanungIk maakte me zorgen over pijn in mijn rechterbeen. Daarom ging ik in het verre Spandau naar een specialist met de vraag of ik dringend geopereerd moest worden. De arts, een vrouw van mijn leeftijd, onderzocht mijn been met Duitse grondigheid. Voordat ze antwoord gaf, vroeg ze op ernstige toon: “Wie sieht es mit Ihrer Familienplanung aus?”

Het duurde even voor ik begreep wat de dokter bedoelde. Vroeg ze mij om het geplande familiebezoek in de Benelux meteen te annuleren omdat ik een dringende beenamputatie moest ondergaan? Nee, het ging haar niet om eventuele vakantieplannen met mijn familieleden. Deze vrouw, die ik een kwartier tevoren had ontmoet, wilde weten wanneer ik van plan was een gezin te stichten.

Inderdaad, het woord Familie in het Duits komt overeen met wat wij ‘gezin’ noemen. Het samengestelde begrip gezinsplanning kennen we in het Nederlands ook, maar ikzelf associeer het vooral met politieke kwesties als abortuswetgeving of het eenkindbeleid in China. Het is volgens mij geen begrip dat we regelmatig gebruiken. (Stel je voor! “Ik heb mijn gezinsplanning nog niet gemaakt. Is die van jullie al klaar?” “Wij hebben onze gezinsplanning helemaal om moeten gooien, want ik ben weer zwanger.”)

Daarentegen hoor ik het begrip Familienplanung in het dagelijks leven in Duitsland vaker voorbijkomen. Vooral werkende vrouwen hebben het erover. Hun bazen zijn ook zeer geïnteresseerd in hun Familienplanung (ook al gaat die ze eigenlijk niks aan). En de dokter vraagt ernaar, want zwangerschappen kunnen effect hebben op bepaalde ziektes en aandoeningen. Dat snap ik intussen, maar hoe je die fameuze Familien-planung aanpakt, is me nog niet duidelijk. Urlaubsplanung gaat me toch duidelijk beter af.

Advertentie